Chemische stoffen kunnen op verschillende manieren in de bodem terechtkomen: door rechtstreekse lozingen, door atmosferische depositie, door incidenten, enzovoort. Vanuit de bodem kunnen deze stoffen zich terug verspreiden. Ze kunnen uitlogen naar het grondwater, opwaaien, vervluchtigen, of opgenomen worden door planten en zo in de voedselketen terechtkomen. Ook kunnen ze terechtkomen in het binnenmilieu via lucht (ventilatie) of via bodemdeeltjes die bijvoorbeeld aan schoeisel blijven kleven. Door rechtstreeks contact met bodem en indirect contact via de verschillende verspreidingswegen kunnen mensen blootgesteld worden aan deze verontreiniging.
De blootstelling aan en gezondheidsrisico’s van bodemverontreiniging kunnen – onder meer – ingeschat worden door het gebruik van wiskundige modellen, die de inname als gevolg van bodemverontreiniging berekenen.
VITO ontwikkelt modellen en methoden om de blootstelling van mensen aan bodemverontreiniging en de hieruit resulterende gezondheidsrisico’s te berekenen. Zo heeft VITO het Vlier-Humaanmodel en de ermee samenhangende richtlijnen ontwikkeld, als instrument voor het bodemsaneringsbeleid van de Vlaamse overheid (OVAM). Recent werd dit model volledig herzien om het in lijn te brengen met de nieuwste wetenschappelijke inzichten en werd een prototype model, S-Risk, voorgesteld.
VITO gebruikt de door haar ontwikkelde modellen, maar ook methodieken van andere instanties om blootstelling en gezondheidsrisico’s van bodemverontreiniging in te schatten in complexe situaties. Via het gebruik van locatiespecifieke informatie (chemische metingen, biomonitoring) worden evaluaties afgestemd op de concrete problematiek.