Oppervlaktedelfstoffen zoals klei, leem, zand en grind zijn basisgrondstoffen voor producten die voor elke burger dagelijks hun nut hebben. Denk maar aan de huizen die opgetrokken zijn uit baksteen, beton en glas en de hoogwaardige toepassingen van kwartszand in de elektronicawereld. De bevoorrading van deze grondstoffen is een maatschappelijke noodzaak, zowel voor de huidige generatie als voor toekomstige generaties.
Het Vlaamse beleid streeft ernaar om de beschikbare voorraden op een duurzame manier te beheren. Dit houdt bijvoorbeeld in dat oppervlaktedelfstoffen zuinig, doelmatig en optimaal moeten worden aangewend en dat het gebruik van volwaardige alternatieven wordt aangemoedigd. Dit laatste is bovendien van belang in het kader van het duurzaam materialenbeheer, waarbij gestreefd wordt naar gesloten materiaalkringlopen.
Het voeren van een duurzaam beleid vraagt inzicht in een reeks basisgegevens zoals de totale behoefte aan delfstoffen, de import- en exportstromen en de hoeveelheden alternatieve materialen die worden ingezet en beschikbaar zijn ter vervanging van primaire delfstoffen. Tot nu toe werden deze gegevens verzameld door ad hoc studies uit te besteden, wat echter enkel resulteert in een beeld voor een bepaalde periode. Zoals voorzien in het in 2008 goedgekeurde Algemeen Oppervlaktedelfstoffenplan, nam de Afdeling Land en Bodembescherming, Ondergrond, Natuurlijke Rijkdommen (ALBON) van het departement LNE daarom het initiatief tot de oprichting van het ‘Monitoringsysteem Duurzaam Oppervlaktedelfstoffenbeleid (MDO)’.
Het MDO werd een samenwerkingsverband tussen ALBON, de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO), die samen over de nodige onderzoekservaring en expertise beschikken om het monitoringsonderzoek gedegen aan te pakken. Hier kan je het MDO jaarrapport 2010 (PDF, nieuw venster, 2,8Mb) downloaden.
De enquête
Een eerste stap voor de MDO-werkgroep was de ontwikkeling van een enquête waarin producenten, handelaars en verbruikers van delfstoffen en alternatieve grondstoffen bevraagd worden naar hun behoefte-, en import/exportcijfers en de cijfers betreffende de productie en inzet van alternatieve materialen in het jaar voordien. Hierbij kreeg de werkgroep hulp van de federaties van producenten, handelaars en verbruikers van grondstoffen. Zij gaven bemerkingen bij de vragen, bezorgden gegevens over productiehoeveelheden, hielpen mee bij de testfase en promootten het monitoringsysteem bij hun leden.
Om de enquête gebruiksvriendelijk te maken, werd gekozen voor digitale, gepersonaliseerde enquêteformulieren. De MDO-enquête wordt voor de eerste maal verstuurd op 1 februari 2011, met de vraag om de ingevulde formulieren terug te sturen voor 28 februari 2011. Mensen met vragen kunnen in deze periode terecht bij de Vlaamse infolijn 1700 of op het mailadres helpdesk-mdo@milieuinfo.be.
Een blanco enquêteformulier vindt u hier.
Om de ontvangen informatie op een goede, kwantitatieve manier te verwerken, werkt de MDO-werkgroep, in samenwerking met Afdeling Centraal Databeheer (ACD) van het departement LNE, aan de ontwikkeling van een databank. Na ontvangst van de ingevulde enquêtes zullen
- de bevragingsgegevens gecontroleerd en geanalyseerd worden;
- de gegevens vergeleken worden met bestaande statistieken;
- overzichtstabellen betreffende productie, handel en verbruik opgemaakt worden;
- samenvattende overzichtstabellen opgesteld worden.
Op basis hiervan zal een jaarrapport opgemaakt worden, dat voor het publiek beschikbaar zal zijn.
De verwerking van de enquête gebeurt vertrouwelijk en anoniem.
Deze enquêtering zal jaarlijks herhaald worden. Vanzelfsprekend hoopt de Vlaamse overheid op een grote respons zodat het duurzaam delfstoffenbeleid en het duurzaam materialenbeheer objectief onderbouwd kunnen worden.