Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u opwww.anysurfer.be.

Ga naar inhoud
Sla navigatie over. Hier start de inhoud van de pagina.

Milieurisico en gezondheid

De Unit milieurisico en gezondheid combineert vooruitstrevende wetenschap met de ontwikkeling van technologieën waardoor maatschappelijke actoren beter onderbouwde beslissingen kunnen nemen over humane risico’s veroorzaakt door milieuvervuiling. Dit onderzoek omvat kennis over toxicologie, milieu- en biomonitoring, en modellering van complexe milieugezondheidsproblemen, ingepast in een breder kader van socio-economische aspecten, maatschappelijke perceptie en risicocommunicatie.. Maatschappelijk relevant onderzoek dat daarom inzetbaar is ter ondersteuning en implementatie van  Vlaamse, Belgische en Europese milieu- en gezondheidsrichtlijnen (zoals bv. REACH), en dienstbaar zijn voor industrieel onderzoek naar risico-evaluaties van chemische producten.

Het onderzoeksprogramma wordt ingevuld door hoog opgeleide onderzoekers en technici. Ze maken deel uit van meerdere internationale en nationale netwerken en onderzoeksprogramma’s. Tevens worden doctoraatsstudenten van verschillende universiteiten mee betrokken in de onderzoeksprogramma’s. De unit is georganiseerd in drie onderzoeksteams met een respectievelijke focus op toxicologie, risico- en blootstellingsmodellering en luchtkwaliteitsmetingen.

Het onderzoeksteam milieutoxicologie (TOX) ontwikkelt generische kennis over de impact van chemische stoffen en stressfactoren op biologische systemen en dit vanaf het moleculaire/cellulaire niveau tot op het niveau van de humane populatie. In vitro celculturen en moleculaire technologie worden gebruikt in de ontwikkeling van biomerkers. Deze testen vinden hun toepassing in twee domeinen: (a) veiligheids- en risicobeoordeling van chemicaliën en (b) humane biomonitoring om de omgevingsimpact op gezondheid te evalueren.

a) Risicobeoordeling
Alternatieve testen worden aangewend om de toxiciteit van chemicaliën en milieustalen (lucht, water, bodem en voedsel) te evalueren. Een reeks van geregistreerde en gevalideerde genotoxiciteits-, ecotoxiciteits- en alternatieve toxiciteitstesten worden volgens de hoogste kwaliteitsstandaarden uitgevoerd (bv. GLP). Meer informatie hierover vindt u op www.CARDAM.eu (nieuw venster). Het onderzoek focusseert op de ontwikkeling en validatie van in vitro testen met humane cellen om huid- en luchtwegallergie op te sporen. Zebravis embryo’s worden gebruikt in het onderzoek over neuro-ontwikkelingstoxiciteit en teratogeniciteit. Verder hebben we meerdere testen die endocriene verstoring en genotoxiciteit kunnen aantonen. Onderstaande onderzoeksprojecten behandelen zowel ontwikkeling, validatie als implementatie van testen voor risico-evaluatie van chemicaliën en effect gebaseerde monitoring van milieu compartimenten.

  • De doelstelling van het Sens-it-iv project is om in vitro alternatieve testen te ontwikkelen ter vervanging van de momenteel gebruikte dierproeven voor risicobeoordelingen van potentiële huid- en longsensitisatie.
    (www.sens-it-iv.eu/ (nieuw venster)).
  • ReProTect is een geïntegreerd project dat tracht het aantal dieren gebruikt in het voortplantings toxiciteitsonderzoek te verminderen door alternatieve testen te ontwikkelen. (www.reprotect.eu/ (nieuw venster)).
  • ATHON (Assessing the Toxicity and Hazard of Non-dioxin-like PCBs present in food) moet toelaten om de opvolging van de blootstelling en gezondheidseffecten voor de mens, van niet doixineachtige PCB’s in voedsel te verbeteren. 
  • DIPNA (Development of an Integrated Platform for Nanoparticle Analysis to verify their possible toxicity and the eco-toxicity) is een platform dat de mogelijke toxische en eco-toxische effecten nagaat van het gebruik van nanopartikels.
  • EU-COPHES contract 244237 European coordination action on human biomonitoring, COnsortium to Perform Human biomonitoring on a European Scale)  (http://www.eu-hbm.info/cophes (nieuw venster))
  • EU-OBELIX contract: FOOD- ref.227391 Obesogenic endocrine disrupting chemicals: linking prenatal exposure to the development of obesity later in life (2009-2013) (http://www.theobelixproject.org/ (nieuw venster))
  • AXLR8contract 241958 Accelerating the transition to a toxicity pathway-based paradigm for chemical safety assessment through internationally coordinated research and technology development (http://www.axlr8.eu/ (nieuw venster))

b) Humane biomonitoring
We ontwikkelen en gebruiken biomerkers om de blootstelling van mensen aan vervuilende stoffen, en de vroege biologische effecten ervan in het menselijk lichaam, op te sporen. De nadruk ligt op niet-invasieve biomerkers die uitgevoerd kunnen worden in grootschalige humane biomonitoringscampagnes. Zo worden er biomerkers ontwikkeld voor metingen in uitgeademde lucht, in bucale cellen, in urinestalen en in kleine bloedstalen. ANIMO project (www.belspo.be/belspo/ssd/science/projects/ANIMO_nl.pdf (nieuw venster))
Het gebruik van biomonitoringgegevens en de wijze waarop deze gekoppeld kunnen worden aan gezondheidseffecten en blootstelling maakt integraal deel uit van dit onderzoeksprogramma (www.intarese.org/ (nieuw venster)).


Het onderzoeksteam Blootstellings en Risico-evaluatiemodellen (BREM) is een multidisciplinair team met de focus op blootstellingsmodellering van de mens aan vervuilende stoffen, en de bijhorende risicobeoordeling. Ze ontwikkelen en gebruiken geïntegreerde en integrale risicomodellen voor overheden werkend rond milieu en gezondheid, industrie en KMO’s.
ESBIO (Expert Team to Support Human Biomonitoring) project wil door gezamenlijke methode- en strategieontwikkeling komen tot een betere ondersteuning van zowel het milieubeleid als het publieke gezondheidsbeleid. Gegevens moeten beter toegankelijk en vergelijkbaar worden binnen en tussen landen (www.eu-humanbiomonitoring.org/ (nieuw venster)).

In ons onderzoek brengen we milieumeetgegevens over bodem en huisstof, water, voeding, binnen –en buitenlucht samen met demografische data en kennis over menselijke activiteiten en gedrag om de blootstelling te modelleren.
Blootstellingsbepaling is cruciaal om de relatie te leggen met biomonitoringsgegevens via farmacokinetische modellering, of om een epidemiologische studie uit te voeren. Een blootstellingsmodel stelt ons in staat om de prioritaire bronnen en blootstellingsroutes te bepalen zodat efficiënte beleidsmaatregelen en preventieve actie kunnen genomen worden. Het is ook op basis van een model dat toekomstscenario’s kunnen beoordeeld worden op hun impact op de volksgezondheid. Het onderzoek spitst zich toe op het ontwikkelen van ruimtelijk en geografische gespreide modellen, op het modelleren van historische verontreiniging en blootstelling, en op het ontwikkelen van modellen voor nieuwe en persistente stoffen.
Het lopende onderzoek is ingebed in het Europese onderzoek met betrekking tot milieu en gezondheid, en in het kader van het Europese Milieu en Gezondheidsactieplan.

  • INTARESE: Integrated Assessment of Health Risks of Environmental Stressors in Europe. Dit vooraanstaande Europese onderzoeksproject in het zesde kaderprogramma richt zich specifiek op het ontwikkelen van geïntegreerde methodologieën voor risicobeoordeling ter ondersteuning van het Europese milieu- en gezondheidsbeleid (www.intarese.org/ (nieuw venster)).
  • HEIMTSA: Health and Environment Integrated Methodology and Toolbox for Scenario Assessment, sluit nauw aan bij INTARESE maar legt de klemtoon vooral op een allesomvattende methode om de gezondheidsimpact van vervuilende stoffen beter te modelleren. (www.heimtsa.eu/ (nieuw venster)).
  • 2-FUN is het derde Europese project uit het zesde kaderprogramma ter ondersteuning van het  Europese Milieu en Gezondheidsactieplan, en hierin tracht men beleidsmakers te voorzien van nieuwe methodes om trends in milieu, en de milieu gerelateerde gezondheidsproblematiek, te analyseren (www.2-fun.org (nieuw venster) (nieuw venster)).

Andere voorbeelden van onderzoeksprojecten zijn:

  • Systematic analysis of Health risks and physical Activity associated with cycling Policies. In het SHAPES project integreren we blootstellingmetingen aan ultrafijne deeltjes op de fiets met een analyse van ongevalrisico’s en geografische kenmerken om te komen tot een onderbouwde risico-baten afweging en om aanbevelingen te formuleren die het fietsen naar het werk als gezondheidsbevorderende maatregel kunnen stimuleren. (www.shapes-ssd.be/ (neuw venster))
  • Een aantal recente projecten in Vlaanderen rond regionale blootstellinganalyse voor cadmium, lood en arseen in relatie tot de historische verontreiniging rondom non-ferro bedrijven (www.mmk.be/ (nieuw venster)).
  • Modelleren van de humane blootstelling aan dioxines en PCBs via de voedselketen in Vlaanderen.
  • Geïntegreerde blootstellingbepaling aan PFOS en vlamvertragers.

In verschillende van deze studies hanteren we het door VITO ontwikkelde XtraFood model om de blootstelling via voeding beter in kaart te brengen.

Het onderzoeksteam luchtkwaliteitsmetingen (LKM) focusseert zich op de ontwikkeling en optimalisatie van methoden en instrumentaria voor emissie- en blootstellingbepaling, voor brontoewijzing bij milieumetingen, en voor (stedelijke) luchtkwaliteit. In dit kader ontwikkelt het team:

  • een passieve bodemluchtsampler die bodemlucht zowel kwalitatief als kwantitatief kan bepalen;
  • risico-evaluatiemethoden en bouwt model-, monitoring- en meetcapaciteit op voor evaluaties van productemissies en binnenhuisluchtkwaliteit;
  • een methodologie voor monitoring van werkplaats- en omgevingsbronnen van Nano/UFP enerzijds, en de kwantificering van de blootstelling aan relevante werkplaats en omgevingsbronnen anderzijds;

Een belangrijke onderzoeksstrategie binnen het team is het gebruik van mobiele sensoren, sensornetwerken  en nieuwe ICT-gedreven onderzoekstechnieken zoals crowd sourcing en participatieve dataverzameling (Community-Based Monitoring) om blootstelling aan luchtvervuiling beter in kaart te brengen. Daarvoor wordt de jarenlange ervaring van het team op het vlak van luchtkwaliteitsmetingen gecombineerd met nieuwe mogelijkheden op het vlak van data-communicatie, data mining, statistische  en interactieve webtoepassingen. In verschillende onderzoeksprojecten en doctoraatsonderzoeken wordt de systematische inzet van mobiele metingen, het gebruik van low-cost sensoren en community based monitoring strategieën onderzocht.
Samen met de Universiteit Gent en de Erasmus Hogeschool werkt VITO aan de ontwikkeling van een intelligent sensornetwerk voor luchtkwaliteit en geluid (www.idea-project.be). Hierin zullen vast opgestelde microfoons, gassensoren, en mobiele sensoren voor ultrafijne deeltjes en black carbon worden geïntegreerd in een heterogeen netwerk waarmee de lucht- en geluidskwaliteit in een stedelijke omgeving kunnen worden opgevolgd. 
In het Europese onderzoeksprogramma EveryAware (www.everyaware.eu) onderzoekt VITO de mogelijkheden om met behulp van low-cost sensoren en Community Based Monitoring burgers te betrekken bij het in kaart brengen van stedelijke luchtkwaliteit. 
In het Europese onderzoeksprogramma CARBOTRAF (www.carbotraf.eu) is VITO verantwoordelijk voor de evaluatie van de effecten van verkeerssturende maatregelen op de blootstelling van mensen aan Black Carbon.

Volgende projecten worden door dit onderzoeksteam mee vorm gegeven:

  • Het AIRTV project tracht de tijd, tussen de initiatie en ontwikkeling van een milieuvriendelijke technologie in het veld van luchtemissiepreventie en –reductie in Europa, en de eigenlijke introductie in de markt, zo kort mogelijk te houden www.airtv.eu/ (nieuw venster)).  
  • Het BIBA project bestudeert de invloed van vervuilde omgevingslucht op de binnenhuisluchtkwaliteit wwwb.vito.be/flies/flies_start.aspx (nieuw venster)).
  • Het HEMICPD project werkt aan gestandaardiseerde methodes voor een evaluatieprotocol om de essentiële eis N°3 van de Bouwproductenrichtlijn (BPR) aangaande emissies naar de binnenlucht te implementeren in België www.bbri.be/homepage/index.cfm?cat=bbri⊂rd&pag=projects&art=hemicpd&niv01=introduction (nieuw venster)).
  • EPHECT, Emissions, Exposure Patterns and Health Effects of Consumer Products in the EU sites.vito.be/sites/ephect/ (nieuw venster)
  • SINPHONIE Schools Indoor Pollution and Health: Observatory Network in Europe met de financiële steun van DG Sanco, Health and Consumer Protection Directorate. (10-2011 tot 09-2012) www.sinphonie.eu (nieuw venster) 
  • OFFICAIR, streeft naar een geïntegreerde benadering, om de gezondheidsimpact ten gevolge van het de binnenluchtkwaliteit in de moderne kantooromgeving  in Europa te bepalen. Met de financiële steun van de Europese Unie, binnen het 7de Kaderprogramma onder het thema ENV.2010.1.2.2-1, 11-2011 tot 10-2013. http://www.officair-project.eu/ (nieuw venster)

Contact:


Rudi Torfs
Tel. + 32 14 33 51 00
Fax + 32 14 58 05 23
GSM + 32 484 27 76 25
Verstuur een bericht naar Rudi Torfs


Terug